donderdag 15 januari 2026

Zusters van Moeder Teresa

Ik zal voor een paar maanden de blog schrijven vanuit Rome waar ik studeer voor “Postulator”. Een postulater is diegene die een proces van heiligverklaringen mag begeleiden. Mijn congregatie heeft me die taak recent toebedeeld. Na de studies ben ik wel terug in de Nederlandstalige pastoraal van Brussel. Maar zo mag ik nog eens in deze eeuwige stad vertoeven, en regelmatig naar de Sint Pietersbasiliek gaan, de kerk van de Paus. Hier op het voorplein zag ik laatst een groep zusters van Moeder Teresa passeren en kon het niet laten er een foto van te nemen. Haar zusters doen zo een mooi werk voor de armen, ook hier in Rome. Zij hebben hun centrum vlak bij het plein waar ze armen ontvangen, hen verzorgen indien nodig, en diegenen die een slaapplaats nodig hebben krijgen dat in een nabije opvangplek binnen het generalaat van de Jezuïeten, nog geregeld door Paus Franciscus, natuurlijk...

Ik heb nog bij Moeder Teresa gewerkt voor drie weken als vrijwilliger in het “House of Dying and Destitutes” in Calcutta, samen met mijn zus Vera, op weg voor de eerste keer naar de missie van Japan in december 1990. Het was een hele ervaring om de armen die van de straat werden gehaald te verzorgen. Ze hadden ligwonden, nooit geknipte nagels, slecht verzorgd haar, enzovoort. Ik heb toen Moeder Teresa in levende lijve mogen zien werken, en er mee gesproken. Haar zusters stralen dezelfde rustige maar resolute houding uit. Het zijn meestal zelf dames van arme afkomst die de slagen van de zweep kennen, maar liefdevol en met inzicht omgaan met hen die arm zijn. Een voorbeeld voor ons allen.

Pastor Peter

© Peter Baekelmans

dinsdag 13 januari 2026

Geen witte Kerst

Hadden jullie gedroomd van een witte Kerst of zeiden jullie ‘dat ze daar maar mee weg blijven? Ik zou het wel mooi gevonden hebben maar niet dus. In de kranten konden we lezen dat het al van 2010 geleden was en hoeveel er de laatste decennia waren geweest.
Waarom dat uitkijken naar sneeuw op kerstdag? Omdat de wereld er op deze dag heel anders moet uitzien: alles moet nieuw en ongerept zijn. Het gewone uitzicht van de wereld moet worden toegedekt. Of onze weerman- of vrouw er al of niet bij stil gestaan heeft, weet ik niet, maar sneeuw heeft inderdaad een betekenis die bij Kerstmis past: hij geeft aan de wereld een ander uitzicht, maakt alles nieuw: wat lelijk grijs en zwart was wordt wit en rein, het wordt stiller, de geluiden worden gedempt, hij creëert een nieuwe wereld, minder hard en grauw dan degene van de dagelijkse realiteit. Ook Kerstmis en de geboorte van het Kind werpen een ongezien en hoopvol licht op de dagelijkse realiteit. Op Kerstmis werd het Kerstekind gespaard van de sneeuw. Geen romantische inkleding zodat we ons konden richten op de kern van het feest: God die onder ons komt wonen als een klein, kwetsbaar mensenkind. Iemand die we kunnen herkennen en liefhebben. Tien dagen later kregen de Wijzen dan maar hun deel. Naast goud, wierook en mirre hadden ze ook nog wat van dat witte goedje meegebracht, wat een verrassing. We mochten het feest van de Openbaring vieren met een paar centimeters sneeuw. Het kind in mij sprong op en ik zou zo de straat opgegaan zijn en Driekoningen gaan zingen zijn. Maar ik bleef in mijn warme binnenkamer mijmeren met dit prachtige gedicht:

Sneeuwen is het tederste wat de hemel kent.
Het regent een soort manna van bijna niets
en vult de hand van wie ook niets verlangt.
Sneeuwen is zacht zijn met grote hevigheid,
In korte vlagen wat, als in de liefde,
iemand met open ogen blind kan maken.

Sneeuwen is beminnen: haast ongemerkt
beginnen, overgaan in het tederste geweld,
zachtjes slaan en zich te laat bezinnen
als alles al is toegedekt en je verder
nog slechts op vermoeden aangewezen bent.

Sneeuwen is herbeginnen,
sneeuw in onze slaap gevallen,
hopen stilte toegevoegd aan een stille nacht.
Liefde is altijd sneeuw
als je die niet meer verwacht.


Marcel van Nieuwenborgh
Sneeuw uit De sneeuwman mijn beste vriend

© Guido Vandeperre

zondag 11 januari 2026

Als twee kanten bijeen komen

Onderstaande foto kreeg ik van mijn zoon, ze zijn met het gezin gaan wandelen in het mooie Gaasbeek. Een idyllisch plekje om bij weg te dromen. Hoe mooi kan het leven zijn. Dankbaar om het delen zat ik in de zetel te mijmeren en te genieten van de eerste sneeuw.
Maar het plaatje heeft twee kanten... Maandag morgen kon ik de deur niet meer uit. Om aan mijn garage te geraken moet ik een korte schuine helling naar beneden stappen. Dat was niet meer mogelijk wegens spiegelglad. Het heeft de ganse week geduurd. Ik had terug het 'blijf in uw kot' gevoel.
Ook hier heeft het plaatje twee kanten... De pandemie heeft ons wegwijs gemaakt in andere communicatiemiddelen. Zoom, Meet, Teams,... ze zijn allemaal aan bod gekomen. Vergaderingen zijn kunnen doorgaan zonder dat we de baan op moesten. We konden samen vertragen. Is dit geen mooi begin van het nieuwe jaar?
O ja, er zijn ook ontmoetingen niet kunnen doorgaan maar iedereen werd telefonisch verwittigd. Ik heb mensen opgebeld die ik eerder nog nooit gebeld had. Als dat geen meevaller is ! Ik was achteraf een gelukkig mens.

Als je je blik verschuift van wat je mist naar wat je nog hebt, naar wat je wel kan doen dan komen beide kanten bijeen en wordt het genieten.

Was Kerstmis dat ook niet een beetje? De weg er naartoe is niet eenvoudig. De tocht naar Bethlehem was ook met hindernissen. Maar als je van een stal en een kribbe een thuis kan maken, kan het wonder geboren worden. Is de vreugde volkomen.

Ik wens je voor 2026
Vrede, Vreugde en Alle Goeds.

Pastor Mariette

Een wandeling in Gaasbeek

vrijdag 9 januari 2026

Een stille ruimte in UZ Brussel

Naast mijn benoeming als pastor van de Paulusgemeenschappen ben ik, samen met priester Paul Peeters, ook lid van de aalmoezeniersdienst van het Universitair Ziekenhuis Brussel. In dit middelgrote ziekenhuis (721 bedden) was er tot voor kort een bezinningsruimte waar iedereen die even tot rust wilde komen, terechtkon. Vooral moslims – en in het bijzonder VUB-studenten – maakten er gebruik van om te bidden. Soms gebeurde dit ook in het katholieke gedeelte van deze overigens ongezellige ruimte, die gelegen was in de gang die hospitalisaties en consultaties met elkaar verbindt.
Eind november 2025 werd deze ruimte gesloten, om verschillende redenen: onder meer om plaats te maken voor nucleaire geneeskunde, maar ook wegens het soms eenzijdige gebruik van de ruimte. Tijdens een overlegmoment op 7 januari 2026 met de directeur patiëntenzorg werd ons meegedeeld dat er in de hal aan de ingang van de hospitalisatie een ‘stille ruimte’ zal worden ingericht. Bezoekers zullen er terechtkunnen voor een moment van rust en bezinning, bijvoorbeeld na een moeilijke of pijnlijke gebeurtenis in het kader van een medische ingreep of een overlijden.
Deze stille ruimte zal in alle neutraliteit worden ingericht en er zal over gewaakt worden dat er geen eenzijdig gebruik ontstaat. Op zich is dit goed nieuws: het toont aan dat er ook aandacht is voor spirituele zorgverlening. Ook dat aspect kwam tijdens het gesprek aan bod.
Mijn aanwezigheid in het ziekenhuis beperkt zich doorgaans tot bezoeken aan patiënten wanneer zij daar expliciet om vragen. Vaak gaat het dan om de toediening van de ziekenzalving bij terminaal zieke patiënten. Meestal neem ik hiervoor ongeveer een halve dag per week de tijd. Zo werd ik op 31 december in de voormiddag opgeroepen voor onder meer een ziekenzalving op de spoedafdeling. Zeker wanneer de familie aanwezig is, zijn zulke momenten kostbaar en zinvol, ook al bestaat er vaak een grote verscheidenheid in geloofsbeleving tussen de familieleden.
Biddend en met de ziekenolie terminaal zieke mensen nabij zijn, blijven intense momenten van geloof en vertrouwen in het Leven, sterker dan de dood.

Pastor Johan


Mijn badge © Johan Dobbelaere

woensdag 7 januari 2026

Verbonden

‘Zie, hoe goed, hoe weldadig broeders te wezen en samen te zijn … ‘ (Psalm 133)

Hoe goed is het als broers en zussen samen te zijn! Verbondenheid als een gave om dankbaar voor te zijn. In de voorbije maand december mocht ik die verbondenheid volop ervaren.
Tijdens het ontmoetings- en bezinningscafé mogen wij dat telkens opnieuw ervaren. Het doet altijd deugd om op woensdagnamiddag samen te komen in de pastorie van Sint-Jozef Evere. Jammer dat het winterweer even, hopelijk toch, voor spelbreker zorgt.
Samenkomen op zondag om eucharistie te vieren of een woord- en communiedienst versterkt de verbondenheid. Geloven doe je immers niet alleen.
Zo is de kerstavondviering voor mij, en ik denk voor velen, een heel bijzonder moment. Dit jaar vierden we, zoals de voorgaande jaren, opnieuw in de kerk van Sint-Lambertus in Sint-Lambrechts-Woluwe. Met meer dan honderd mensen vierden we de geboorte van Jezus. En nadien mochten we genieten van de mooi verzorgde en lekkere kerstherberg. Mensen terugzien, mekaar een zalig kerstmis kunnen wensen, … : verbondenheid in het kwadraat!
En op 28 december had in de kerk van de Heilige Familie in Woluwe de meertalige viering plaats met de drie gemeenschappen samen. Pastor Thomas, verantwoordelijke priester voor de Syrisch-katholieke gemeenschap, ging voor. Het samengestelde koor zorgde voor de zang in verschillende talen, waaronder Nederlands, Frans en Arabisch. Nadien de viering was ieder uitgenodigd op de receptie achteraan in de kerk; ook dat schept verbondenheid!

‘Want daar gebiedt Hij de zegen, de Heer, leven in eeuwigheid.’ (Psalm 133)

Pastor Chris
© Pixabay

dinsdag 6 januari 2026

Driekoningen

Als u dit leest is het feest van de Driekoningen net gepasseerd. Koningen, Wijzen, met of zonder naam, wie zal het zeggen. Wat me altijd treft in het evangelieverhaal van Matteüs op het feest van de Openbaring is dat de Wijzen langs een andere weg naar hun land terugkeerden. De ontmoeting met Jezus heeft hen veranderd. Is het ook niet zo met ons?
Dichters kunnen dit nog veel beter zeggen. Zoals T.S Eliot in dit beroemde gedicht:

De reis van de drie koningen

Het was een koude tocht, en de slechtste tijd van het jaar voor een reis,
voor zulk een verre reis.
De wegen modderig, het weer guur, de winter op zijn strengst.
de kamelen, die hun knieën ontvelden, hun hoeven bezeerden,
werden onhandelbaar en legden zich neer in de smeltende sneeuw.
Menigmaal dachten wij met spijt terug aan onze zomerpaleizen op bloeiende
berghellingen, aan meisjes, in zijde gehuld, die gekoelde wijn ronddienden.
Onze kameeldrijvers vloekten, kankerden, weigerden dienst,
riepen om brandewijn en vrouwen. Onze kampvuren wilden niet branden,
onderdak was moeilijk te vinden, de steden waren vijandig, de dorpen stug,
de gehuchten smerig en verschrikkelijk duur : het was een ellendige tocht.
Tenslotte reisden wij de gehele nacht door, sliepen zo nu en dan
langs de wegkant en hoorden gedurig in onze ogen zingende stemmen,
zeggend: jullie onderneming is waanzin.
Eindelijk, toen het licht werd, daalden we neer in een luw dal, vochtig,
onder de sneeuwlijn, geurend naar groeizaamheid; een beek snelde voort,
een watermolen karnde het duister, er waren drie bomen
onder een bewolkte lucht, en een oud wit paard galoppeerde door een weiland.
Wij kwamen bij een herberg met wijngaardranken boven de stoep.
Zes handwerkslieden dobbelden bij de open deur om zilverlingen
en zes voetknechten schopten lege wijnzakken over de vloer.
Maar niemand kon ons inlichtingen verschaffen, en zo gingen we verder,
en bereikten des avonds, geen uur te vroeg, de plaats van bestemming;
het was (dat mag ik wel zeggen) de moeite waard.
Dit alles is lang geleden, ik heb het onthouden en zou het over willen doen,
maar ik stel, dit vooropgesteld, één vraag : was het doel dat ons dreef
geboorte of dood? Wij waren getuigen van een geboorte, zeker,
daar is geen twijfel aan. Maar als ik vroeger geboorte of dood zag,
dacht ik dat ze tegenstellingen waren. Deze geboorte echter
was een onverbiddelijk einde voor ons, een dood, onze dood.

Wij keerden terug naar ons land, onze koninkrijken, maar voelden ons
niet meer thuis in de oude orde tussen vreemde mensen
die hun goden omklemmen.
Ik zal blij zijn als ik andermaal sterf.

T.S. Eliot (vertaling van Martinus Nijhoff)

© Guido Vandeperre

vrijdag 2 januari 2026

Wegdromen

De afbeelding is een Japanse ukiyo-e houtsnede, "Vrouw met een lantaarn". Het toont een vrouw die een lantaarn vasthoudt en 's avonds wandelt. In de verte is een brandwachttoren zichtbaar.
De prent wordt toegeschreven aan Utagawa Hiroshige. Ukiyo-e prenten waren een populaire kunstvorm in de Edo-periode van Japan, waarin landschappen en het dagelijks leven werden afgebeeld.
De afbeelding doet ons wegdromen, zoals de dame, en is gepast voor de tijd van oud en nieuw jaar. Als we de stad vanaf een afstand zien is het heel wat anders dan wanneer we er vlak in wonen. Reflectie is het afstand nemen om na te denken over het leven, werk, gezondheid, enzovoort. Het is ook een tijd om te bewonderen hoe
mooi alles van op een afstand is. Soms zijn we te begaan met wereldse zaken dat we niet meer de schoonheid der dingen, van het leven, der gedachten zien.

Moge we in dit nieuwe jaar ook enkele nieuwe gedachten koesteren om de wereld te “verrijken”.

Gelukkig Nieuwjaar 2026

Pastor Peter

Vrouw met lantaarn © Peter Baekelmans